Project: Kansen voor bodemenergie

Opdrachtgever:

Gemeente Utrecht

Periode:

Van 2009 tot 2010

Contactpersoon:

Martijn Smit

Arne Alphenaar


De gemeente Utrecht wil het gebied Rijnenburg van landelijk gebied herontwikkelen tot een landschap waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Om de gemeentebrede klimaatambities te bereiken wil Utrecht de nieuwe wijk energieleverend maken. Verder stelt de gemeente hoge eisen aan leefklimaat, natuur en landschap, infrastructuur en economie en veiligheid. De benutting van bodemenergie past goed binnen de ambities van duurzaam en energieneutraal bouwen. De gemeente Utrecht heeft daarom TTE gevraagd om voor Rijnenburg te kijken naar de geschiktheid van de ondergrond voor bodemenergie.

Rijnenburg

In de concept structuurvisie Rijnenburg staat dat in de toekomst ca. 5.000 tot 7.000 woningen in het gebied worden gebouwd in een bouwtempo van ca. 450 woningen per jaar. De woningen worden gebouwd in buurtschappen of woonvelden met verschillende woonmilieus. De woningdichtheid, maar ook de woninggrootte, zullen navenant worden ingevuld. Daarnaast is sprake van de ontwikkeling van 90 ha bedrijventerrein en wonen met werken.
In september 2009 is een inrichtingsschets voor Rijnenburg opgeleverd. Bij de plannen wordt aandacht geschonken aan archeologie, cultuurhistorie en landschap.

Mogelijkheden voor toepassen bodemenergie

figuur3rijnenburgIn Rijnenburg zijn technisch en beleidsmatig geen problemen te verwachten die het gebruik van Warmte- Koudeopslag (WKO) in de weg staan. De keuze voor energieopslag met open of gesloten WKO systemen hangt voornamelijk af van de geplande woondichtheid. Bij open WKO systemen is sprake van gemeenschappelijke grondwaterbronnen en een collectief warmte/koude distributienet, terwijl bij gesloten WKO systemen per woning of gebouw de warmte en koude wordt gewonnen. In Rijnenburg is de energievraag van de buurtschappen voldoende groot voor een rendabele toepassing van open WKO systemen. In de woonvelden is de woningdichtheid gemiddeld lager en is de keuze voor open of gesloten systemen sterk afhankelijk van de mate van clustering van woningen. Door energieopslag in de ondergrond toe te passen kan de CO2 emissie voor de warmte- en kou-deproductie in de wijk met ca. 40% worden verlaagd.

Diepe geothermie

Naast energieopslag is ook gekeken naar de mogelijkheden voor winning van warmte door diepe geothermie. Hoewel de diepe ondergrond geschikt lijkt en de totale warmtevraag door 7.000 woningen gunstig is, is de bruto woondichtheid te laag om op een rendabele manier in de warmtelevering te voorzien.

Herstel thermische balans

In Rijnenburg worden hoofdzakelijk woningen gebouwd. Woningen hebben een grotere behoefte aan warmte dan aan koude. Om een duurzaam gebruik van de ondergrond te waarborgen en om te voldoen aan de eisen van het bevoegde gezag zijn aanvullende maatregelen nodig. In totaal is ca. 16-20 GWh aan warmte nodig om de warmte- koudebalans in evenwicht te brengen. In het waterrijke gebied Rijnenburg lijkt oppervlaktewater een interessante warmtebron.

Vervolgstappen

Het stedenbouwkundig ontwerp binnen de woonvelden is nog niet bekend. Om de mogelijkheden die WKO biedt, gecombineerd met de winning van omgevingswarmte, optimaal te benutten kan de gemeentelijke kennis van (bodem)energie systemen gebruikt worden om input te leveren of randvoorwaarden te stellen aan het stedenbouwkundig ontwerp. Vooral in de woonvelden kan door clustering van woningen een stap worden gezet in de verduurzaming van de energievoorziening. Een nadere invulling van deze velden kan pas plaatsvinden nadat meer inzicht is verkregen in de detaillering van de structuurvisie, bijvoorbeeld in de vorm van een stedenbouwkundig plan. Gezien de geringe beïnvloeding van de woonvelden onderling lijkt een sterke regierol niet noodzakelijk.
Doordat open WKO systemen grondwater verpompen zal intensief gebruik van deze systemen invloed hebben op de grondwaterstand. In een volgende fase zal moeten worden bekeken of de deklaag (veen/klei) en de aanwezige structuur van oppervlakte water voldoende robuust zijn om plaatselijke verdroging en de daarmee samenhangende veenoxidatie te kunnen voorkomen. Ook voor een vergunningaanvraag in het kader van de grondwaterwet is verdere detaillering nodig om verwachtte effecten op de grondwaterstand inzichtelijk te maken.