Project: Oriëntatie op de ondergrond
Opdrachtgever: | |||
Periode: | Van 2008 tot - |
||
Contactpersoon: |
Breda heeft als één van de eerste gemeenten in Nederland het belang van een integrale benadering van de ondergrond gesignaleerd. De gemeente onderkent de noodzaak om de bodem in bredere samenhang te bezien; het is een voorwaarde om te komen tot betere en gemotiveerde keuzes. Het signaleren van de voordelen van deze aanpak is een eerste, het daadwerkelijk in praktijk brengen een tweede. Breda heeft TTE gevraagd om te helpen deze tweede stap te zetten door een ‘Oriëntatie op de ondergrond' uit te voeren. De oriëntatie moet helpen om de actoren binnen de gemeente een min of meer eenduidig beeld van de problematiek te geven en maakt daarmee de weg vrij voor het vervolg. De oriëntatie vormt zo een pilot integraal gebiedsgericht werken.
Gebiedsgerichte en integrale aanpak
Een gebiedsgerichte en integrale aanpak is een voorwaarde om te komen tot een duurzaam beheer van de boven- en ondergrond. Inzicht in de huidige en toekomstige omgevingskwaliteit is daarbij onontbeerlijk. Dit inzicht wordt verkregen door inventarisatie van thema's op het gebied van ‘rood' (bebouwing), ‘groen' (natuur), ‘blauw' (watersysteem) en ‘ondergrond' (bodemkwaliteit). Hierdoor ontstaat een overzicht van welke ontwikkelingen plaats gaan vinden, waar de bodemkwaliteit onvoldoende is en welke problemen er spelen op water kwantiteits- en kwaliteitsgebied. Door bundeling van deze kennis en de verschillende thema's in relatie tot elkaar te beschouwen komen als vanzelf kansen naar boven drijven voor een gebiedsgerichte en integrale aanpak. In een ‘Oriëntatie op de ondergrond' worden deze kansen geïdentificeerd, en worden ook de knelpunten beschreven.
Kansen en bedreigingen
Uit de oriëntatie blijkt dat er voor een gebiedsgerichte en integrale aanpak in Breda diverse kansen, maar ook bedreigingen zijn. Kansen doen zich allereerst voor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Tot 2020 worden ruim 15.000 nieuwe woningen gebouwd, wordt 240 hectare bedrijventerrein ontwikkeld en wordt de bestaande gebouwenvoorraad deels geherstructureerd. Hier liggen kansen voor het realiseren van de gemeentelijke ambitie om in 2044 een klimaatneutrale stad te zijn, bijvoorbeeld door toepassing van Warmte- en Koude Opslag (WKO). Belemmerend werkt echter de beleidsmatige beperking om WKO niet dieper dan 80 m-mv toe te staan. Juist hier zijn de beste voorwaarden voor WKO aanwezig. In Breda ligt een functiecombinatie van WKO met saneren door de beleidsmatige beperking dan ook minder voor de hand. Verontreinigingen hebben zich naar verwachting tot op een geringe diepte verspreid. De capaciteit van de ondergrond voor WKO is hier beperkt en het risico op ongewenste interactie met de bovengrond is groot. In de verontreinigde gebieden vormt de infiltratie van neerslag daarom een aandachtspunt. Infiltratie draagt bij aan een goed beheer van de waterkwantiteit maar leidt, doordat het infiltrerende water in contact komt met verontreiniging, tot een toename van het volume verontreinigd grondwater.
In het noorden van de stad vinden veel ontwikkelingen plaats en is sprake van een aanzienlijke wateropgave. Hier ligt een functiecombinatie van warmtewinning uit oppervlaktewater en WKO voor de hand.
Conclusie
De Oriëntatie op de ondergrond heeft in hoofdlijnen de huidige omgevingskwaliteit in beeld gebracht en een doorkijkje gegeven naar de toekomst door ontwikkelingen te inventariseren en kansen te signaleren voor het verbeteren van de toekomstige omgevingskwaliteit.
Met de Oriëntatie is een goede stap in de richting van een integrale en gebiedsgerichte aanpak van de ondergrond in Breda gezet. Breda beschikt al over diverse veelbelovende plannen voor een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak en de wil om deze aanpak te volgen. Hierdoor ligt het accent voor het vervolg niet zozeer op het zoeken naar technisch/inhoudelijke oplossingen, maar juist op organisatorisch niveau. Ondanks alle mooie plannen worden nog maar weinig kansen daadwerkelijk benut, deels doordat kansen niet als zodanig worden herkend en deels doordat (nog steeds) ingestoken wordt vanuit een ‘sectorale' benadering. De kansen zijn aanwezig maar de benutting ervan vergt creativiteit. In de oriëntatie is daarom een uitgebreid vervolgtraject geschetst om te komen tot de gewenste aanpak.
