Project: Toekomst van de ondergrond

Opdrachtgever:

Ministerie van VROM

Periode:

Van 2006 tot -

Contactpersoon:

Arne Alphenaar


Het gebruik van de ondergrond is de laatste decennia enorm toegenomen. Drinkwaterwinning, industriële onttrekking, Warmte- en Koude-Opslag (WKO), peilbeheer, ondergrondse bouw, ontgronding, slibopslag en grondwatersanering stellen allemaal hun eisen aan (het gebruik van) de ondergrond. Toch is er nauwelijks sprake van onderlinge afstemming. Dit leidt vooral bij de aanpak van grondwaterverontreiniging tot ad hoc maatregelen, hoge kosten, stagnatie in de aanpak en technisch falen. Een gebiedsgerichte aanpak van bodemsanering lijkt de oplossing.
TTE heeft van het ministerie van VROM opdracht gekregen na te gaan welke knelpunten er zijn op weg naar de uitvoering van een gebiedsgerichte sanering van grondwaterverontreinigingen. De studie richt zich op vragen als: Hoe stellen we ons zo'n gebiedsgerichte sanering voor?; Hoe worden die kostenreducties gerealiseerd?; Welke overheid wil eigenlijk beheerder van de ondergrond zijn?; Wat is de relatie met andere wetgeving, tussen verschillende overheden; Wat zijn de plannen van de andere actoren?

De ondergrond

vrom 1De verschillende gebruikers van de ondergrond kennen elkaar amper. Dit heeft geleid tot een ouderwetse verzuiling in de ondergrond. Iedere zuil heeft zijn eigen actoren en kijkt op zijn eigen manier naar de ondergrond, daarbij zijn eigen belang vooropstellend. Iedere zuil heeft zijn eigen beleidskader en wetten. De verschillende gebruikers beginnen elkaars functioneren nu te beïnvloeden. Drinkwaterwinners krijgen last van verontreinigd grondwater, het anti-verdrogingsbeleid tracht grondwateronttrekkingen te voorkomen of te reduceren, terwijl elders woonwijken gedraineerd moeten worden om natte voeten te voorkomen. Een grondwatersanering waarbij gemikt wordt op een stabiele eindsituatie legt de komende 30 jaar of misschien nog langer een claim op het gebruik van de ondergrond. Kan die ondergrondse ruimte niet beter voor andere doeleinden worden gebruikt?

Veranderingen

Lange tijd is bij duurzaam en functioneel vooral gedacht aan het beheer van de bovengrond: de ambities met betrekking tot het gebruik aan maaiveld werden gekoppeld aan (de eerste meters) onder maaiveld. Bodem is echter grond én grondwater, boven- én ondergrond. De laatste 2 jaar begint ook over het beheer van de ondergrond nagedacht te worden.
In de vernieuwde Wet bodembescherming wordt de eerste stap gezet op de weg naar gebiedsgericht saneren van de ondergrond. Het doel is nu officieel het herstellen van de kwaliteit van de bodem zodanig dat die bodem zijn beoogde functie zonder risico's kan vervullen; functioneel saneren van de grond én het grondwater. In de Circulaire bodemsanering is voorzichtig enige invulling gegeven aan die functionele sanering van de ondergrond. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om voor de grond en het grondwater een gebiedsspecifieke kwaliteitsdoelstelling te hanteren.
De Toekomstagenda doet er nog een schepje bovenop. De aanpak van onder- en bovengrond wordt gescheiden. De bovengrond wordt door de markt gesaneerd, de ondergrond is de verantwoording van de overheid. De ondergrond wordt gebiedsgericht gesaneerd, wat waarschijnlijk leidt tot een stevige kostenreductie.

Functioneel saneren

vrom 4In de integrale benadering wordt gewerkt vanuit de functie die de ondergrond in een gebied heeft of zou moeten hebben. Bij een functie hoort een kwaliteit. Functioneel saneren van de ondergrond is dan het realiseren van de kwaliteit die hoort bij de beoogde functie indien die kwaliteit niet voldoende is. Daarmee wordt het doel van de saneringsoperatie in de ondergrond opeens helder. Functioneel saneren vraagt om ruimtelijke ordening van de ondergrond.
Het kiezen van een functie in de ondergrond gebeurt niet meer sectoraal of landelijk, maar sluit aan bij de wijze waarop de rest van Nederland wordt ingericht. Onze maatschappij kiest democratisch voor het beoogde gebruik en legt dit vast als dé gewenste functie van de ondergrond.

Bedreigingen en kansen

Het zal niet eenvoudig zijn om alle gebruikers van de ondergrond mee te laten werken aan een integraal grondwaterbeheer. Het bevoegde gezag van ieder gebruiker is ingebed in een specifieke afdeling, vaak op verschillende niveaus in het ambtelijk apparaat. De Europese grondwater richtlijn biedt kansen, zij dwingt tot integraal grondwaterbeheer. Ook op het nationale beleidsvlak ontstaan kansen. Het ministerie van VROM werkt aan de inbedding van het gebruik van ondergrond in bestemmingsplannen en de Wbb en de integrale waterwet worden aangepast.
De huidige opdracht moet vooral gezien worden in het licht van deze kansen. VROM wil de gevalsgerichte benadering van de ondergrond loslaten. TTE is gevraagd om op basis van technische kennis en beleidsmatige inzichten aan te tonen dát functioneel saneren van de ondergrond beter en slimmer, en dus goedkoper is dan de huidige saneringsaanpak van ondergrond. En ook om aan te geven welke beren nog geschoten moeten worden voordat dit daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.