Project: Creosootverontreiniging houtbewerkingsbedrijf

Opdrachtgever:

Ontwikkelaar

Periode:

Van 2003 tot 2004

Contactpersoon:

Annelies Everts

Arne Alphenaar


Het voormalige houtbewerkingsbedrijf te Dongen ligt in een polder aan de noordzijde van de bebouwde kom. De locatie heeft een oppervlakte van circa 3,5 hectare en wordt in het noordoosten begrensd door weilanden met sloten en in het zuidwesten door een woon- en werkgebied. Door de activiteiten van het voormalige houtbewerkingsbedrijf is grond en grondwater verontreinigd geraakt met creosootolie. Door de gunstige ligging van de locatie komt deze in aanmerking voor herontwikkeling (woningbouw). Het doorgaan van deze herontwikkeling is voor een groot deel afhankelijk van de saneringskosten. In opdracht van een ontwikkelaar heeft TTE een saneringsvisie opgesteld voor de verontreiniging op het terrein van het houtbewerkingsbedrijf. Vervolgens is in samenwerking met de ontwikkelaar een saneringsplan opgesteld.

Historie

foto1kopieOp het bedrijfsterrein (oostelijk terreindeel) vond verduurzaming van hout plaats. Creosootolie werd als conserveermiddel gebruikt. Hiervoor was van begin jaren '60 tot begin jaren ‘90 een creosoteerinstallatie op het terrein aanwezig. Het afvalwater dat tijdens het proces vrijkwam (evenals overtollig creosoot) werd tot 1985 geloosd op de watergangen. Om verspreiding via het oppervlaktewater te voorkomen werd de creosootolie in de bezinksloot opgevangen door middel van houtkrullen. Deze houtkrullen werden vervolgens afgevoerd, of op een nabij gelegen weiland verbrand en vervolgens afgevoerd. Het gecreosoteerde hout werd op voorraad geproduceerd, waardoor de opslagcapaciteit van het hout aanzienlijk was. Op het bedrijfsterrein waren dan ook verschillende opslagruimtes voor behandeld (en dus creosoot afgevend) hout aanwezig.

Creosootolie

Creosootolie is een zware olieachtige vloeistof met een specifieke rookachtige geur en wordt verkregen door gefractioneerde destillatie van steenkoolteer. In creosootolie worden vaak PAK-verbindingen (30-50%), fenolen, cresolen, creosolen en diverse aromatische koolwaterstoffen (o.a. benzeen en tolueen) aangetroffen. De chemische samenstelling van creosootolie varieert en is sterk afhankelijk van de herkomst en het gebruik van de olie. Creosootolie heeft een grotere dichtheid als water, waardoor puur product onder invloed van de zwaartekracht naar de diepte kan wegzakken (DNAPL). Om de samenstelling van de creosootolie te bepalen is een teerkarakterisatie uitgevoerd op een grondmonster afkomstig van de voormalige creosoteerinrichting. Naast de samenstelling levert de teerkarakterisatie ook informatie over de eigenschappen van de olie. Circa 76% van de creosootolie blijkt goed oplosbaar in water, circa 8% in lucht. Opvallend is de hoge potentiële biologische afbreekbaarheid van de verontreiniging, deze bedraagt circa 90%. Aan de hand van grondwatermonsters is deze afbreekbaarheid nader onderzocht, en het blijkt dat afbraak al plaats vind. Berekeningen laten echter zien dat na afbraak nog 500 tot 2.500 µg/l aan minerale olie kan overblijven.

Verontreiniging

foto2dongenUitgangspunt bij het in kaart brengen van de verontreinigingssituatie is het onderscheiden van bronnen en pluimen. Een bron is een gebied waarin de verontreiniging als vrije fase (puur product, druppels) aanwezig is. In een pluim is sprake van verontreiniging opgelost in het grondwater. Op de locatie kunnen vijf bronnen met creosootverontreiniging worden onderscheiden, waarvan de voormalige creosoteerinrichting de meest omvangrijke is. Tot 12 m-mv is daar puur product aangetroffen. Op grond van het gedrag van creosoot is het waarschijnlijk dat zich ook dieper puur product bevindt (mogelijk tot aan de scheidende laag). De bronnen hebben een grondwaterpluim met een lengte van circa 400 meter veroorzaakt. Het verontreinigingsbeeld is grotendeels gebaseerd om gemeten gehalten aan PAK. Hiermee is dus maar een gedeelte van de creosootolie in kaart gebracht. Een totaalbeeld van de creosootolie is noodzakelijk om de risico's en saneringsmogelijkheden te kunnen bepalen.

Sanering

foto3dongenHet probleem van de sanering spitst zich feitelijk toe op het wegnemen van de nalevering uit de bron. Dit kan op drie manieren: het wegnemen van de bron of dat deel van de bron dat in oplossing kan gaan, het voorkomen van doorstroming van de bron, of door het afvangen van grondwater dat door de bron is gestroomd. Er zijn een aantal in-situ bronverwijderingstechnieken ontwikkeld waarmee het in theorie mogelijk moet zijn de bron aan te pakken. Gezien de aard van de verontreiniging, de onbekende verspreiding in horizontale en verticale richting is het faalrisico van een dergelijke variant hoog. Na afweging van varianten is uiteindelijk gekozen voor een beheersvariant. TTE heeft de ontwikkelaar ondersteund bij het nader uitwerken van deze beheersvariant in een saneringsplan.