Project: Voormalige gasfabriek Wethouder Beverstraat
Opdrachtgever: | |||
Periode: | Van 2002 tot - |
||
Contactpersoon: |
Het voormalige gasfabrieksterrein in Enschede bevindt zich ten noorden en ten zuiden van de Wethouder Beversstraat te Enschede. Het gasfabrieksterrein maakt onderdeel uit van het plangebied Zuiderval, dat door de gemeente Enschede is aangewezen als een plek waar werken en wonen worden gecombineerd met groen en stedelijkheid. De activiteiten van de gasfabriek hebben in het verleden geleid tot een ernstige bodemverontreiniging met teer en cyanide. De sanering van het gasfabrieksterrein is bijna afgerond. Vrijwel alle verontreinigde grond is ontgraven. Wat resteert, is een beperkte grondverontreiniging onder het wegtracé van de Zuiderval (teerspots, die zich net boven een leemlaag bevinden) en een grondwaterverontreiniging met teer en cyaniden. In opdracht van de gemeente Enschede heeft TTE een saneringsonderzoek opgesteld voor de aanpak van het verontreinigde grondwater. Daarnaast ondersteunt TTE de gemeente bij het begeleiden van de grondwatersanering en alle bijbehorende aspecten.
Verontreiniging
Stroomafwaarts van de Zuiderval bevindt zich een omvangrijke cyanidepluim en een minder omvangrijke teerpluim. De cyanidepluim wordt gekenmerkt door zeer lage gehalten, die waarschijnlijk gestuurd worden door neerslagen van ijzercyaniden met ijzer of mangaan. Bij overschrijding van het oplosbaarheidproduct van één van de ijzercyaniden slaat het zout neer, andersom lost het zout op. Dit proces zorgt er voor dat de concentraties worden gebufferd, maar ook dat nalevering aan het grondwater blijft plaatsvinden. Door deze neerslagen kan in het verontreinigde gebied blauwkleuring ontstaan. Aan deze blauwkleuring zijn volstrekt geen somatische risico's voor de mens verbonden.
De teerpluim manifesteert zich met name in verhoogde concentraties naftaleen en sluit nauw aan bij de plek waar teerspots zijn achtergebleven (wegtracé Zuiderval). Uitloging van deze teerspots zal nog gedurende zeer lange tijd blijven optreden. Waarschijnlijk worden de concentraties in de toekomst lager. Tevens zal de omvang van het merkbaar beïnvloede gebied kleiner worden door het blijvend optreden van afbraak en door een afnemende bijdrage van verontreiniging vanuit de leemlaag.
Omgevingsfactoren
Naast de grondwaterverontreiniging van de voormalige gasfabriek komen in de ondergrond van de Zuiderval ook andere verontreinigingen voor (met onder andere vluchtige gechloreerde oplosmiddelen). Een aantal plekken is op basis van historische gegevens verdacht ten aanzien van bodemverontreiniging. Daarnaast wordt op verschillende plaatsen in het plangebied grondwater onttrokken. Bijvoorbeeld ten behoeve van de herontwikkeling van de Zuiderval, die inmiddels in volle gang is. Stroomafwaarts van de cyanidepluim (afkomstig van de voormalige gasfabriek) ligt een woonwijk waar in potentie wateroverlast op kan treden en waar voor zover bekend geen specifieke maatregelen zijn getroffen om deze wateroverlast tegen te gaan.
Selectie varianten
De grondwaterverontreiniging afkomstig van de gasfabriek heeft weliswaar een grote omvang, maar de cyanidegehalten zijn dermate laag dat de saneringseisen gering zijn. In de pluim is in de kern, vlak achter de Zuiderval een zeer beperkt volume verontreinigd grondwater aanwezig waarin de interventiewaarde (naftaleen) wordt overschreden. Volgens de nieuwe Wet bodembescherming (Wbb) is het doel van de sanering om deze interventiewaardecontour op zijn plaats te houden. De huidige situatie voldoet aan dit minimale saneringsresultaat, waardoor de sanering minimaal uit nazorg/monitoring (basisvariant) dient te bestaan. Om tegemoet te komen aan wensen als het beperken van nazorg, het vergroten van de veiligheidsbeleving en de integratie van de sanering in de omgeving, zijn in het saneringsonderzoek een aantal varianten op hoofdlijnen uitgewerkt. Hierbij is de basisvariant aangekleed door aan zoveel mogelijk van deze wensen te voldoen.
Saneringsplan
De vier uitgewerkte saneringsvarianten zijn in een multicriteria-analyse tegen elkaar afgewogen. Ook na het toekennen van verschillende gewichten aan de toetsingscriteria komt de anticiperende variant als voorkeursvariant naar voren. Deze variant bestaat uit monitoring van de streefwaardecontour en (anticiperend op eventuele blauwkleuring) uit een voorlichtingsprogramma. Gezien de voorkeur van alle ontwikkelende partijen om dit jaar nog tot aanbesteding van de sanering over te gaan, is besloten deze variant verder uit te werken in een saneringsplan. Parallel aan het opstellen van het saneringsplan wordt gekeken naar een meer gebiedsgerichte aanpak (met grondwateronttrekking), waarbij meerdere problemen in het plangebied gelijktijdig worden aangepakt. Deze gebiedsgerichte maatregel is als onderdeel in het saneringsplan opgenomen.
