Project: Herontwikkeling Stortplaatsen
Opdrachtgever: | |||
Periode: | Van 2005 tot 2006 |
||
Contactpersoon: |
Maastricht
De gemeente Maastricht heeft het plan om woningen te bouwen op voormalige stortplaatsen. Dat is in Nederland, maar voor zover bekend ook in de rest van Europa, nog nergens gebeurd. TTE ondersteunt de gemeente Maastricht bij het projectmanagement van dit grootschalige onderzoeksproject. Daarnaast neemt TTE als bodemdeskundige deel aan een multidisciplinair projectteam dat verantwoordelijk is voor het opstellen van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor het gebied. VROM heeft de gemeente Maastricht een subsidie toegekend in het kader van het Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing (IPSV). Het project heeft de naam "Wonen op de Belt" gekregen en is door het ministerie van VROM benoemd tot landelijk en Europees voorbeeldproject.
Onderzoek in relatie tot herontwikkeling
Voormalige stortplaatsen wijken in belangrijke mate af van de ‘normale' gevallen van bodemverontreiniging. Omdat het stortmateriaal in beginsel niet wordt ontgraven, worden de maatregelen gericht op het terugbrengen en beheersen van de risico's tot een acceptabel niveau. Het is belangrijk de emissie naar de omgeving vast te stellen. Bovendien dienen zowel het onderzoek, de risicoanalyse, als de maatregelen te zijn afgestemd op het beoogde gebruik. In Maastricht is onderzoek uitgevoerd naar de grondwaterkwaliteit, de aanwezigheid van stortgas, de dikte en herbruikbaarheid van de deklaag en er is een risicoanalyse uitgevoerd op basis van de onderzoeksresultaten. De belangrijkste conclusie van het grondwateronderzoek is dat nergens sprake is van overschrijding van de risiconormen. Ook op het punt van stortgas bestaan geen risico's. De deklaag is op de meeste plekken goed van kwaliteit, en kan in de toekomst hergebruikt worden. "Ontgraven" in de zin van afvalmining is overigens ook onderzocht. Het opnieuw gebruiken van het stortmateriaal bleek geen rendabele saneringstechniek voor deze stortlocaties. Daarnaast is onder mogelijk toekomstige bewoners een belevingsonderzoek uitgevoerd. Risicobeleving bij toekomstige bewoners van het project "Wonen op de Belt" blijkt, niet onverwacht, een belangrijk punt van aandacht. Gerichte communicatie is van groot belang.
Geotechniek
Een groot probleem bij hergebruik van gesloten stortplaatsen is de draagkracht van de bodem. Voordat gebouwd kan worden moet de draagkracht zorgvuldig worden vastgesteld. Ook de stabiliteit van de taluds van de stortplaats moet onderzocht worden. Omdat de verdichting van de zijkanten van een stortplaats meestal beperkt is, kunnen afschuivingen van grondmassa's ontstaan.
Speciaal voor Maastricht heeft TTE in overleg met GeoDelft een nieuwe onderzoekstrategie uitgewerkt. Uit dit geotechnisch onderzoek met ondermeer camereasonderingen en grote triaxiaalproeven blijkt dat het in Maastricht aanwezige stortmateriaal tamelijk los is gepakt. Zetting als gevolg van belasting door gebouwen kan voorkomen worden door te funderen op palen. Overige zettingen bijvoorbeeld door het aanbrengen van een leeflaag of wegen zijn voldoende te beperken door het aanbrengen van een voorbelasting. Voor een gedeelte van het talud worden daarnaast stabiliteitsverhogende maatregelen aanbevolen.
Regelgeving
De bestaande regelgeving blijkt op de meeste voormalige stortplaatsen niet van toepassing. Er is, bij wijze van spreken, een beleidsmatig vacuüm waar regelgevingen voor bodem, ruimtelijke ordening noch afval voldoende dekkend zijn. Daarnaast zijn er een aantal bijzondere technische en juridische problemen bij het herontwikkelen van gesloten stortplaatsen. Vooral het omgaan met risico's en aansprakelijkheden is erg lastig. De financiering, in het bijzonder voor het afdekken van een eventueel restrisico, verdient hierbij speciale aandacht.
Gelet op de aard en omvang van de problematiek heeft een uniforme landelijke aanpak van hergebruik en nazorg van voormalige en gesloten stortplaatsen de voorkeur. VROM onderkent het probleem ten aanzien van de leemte in de wet- en regelgeving. In overleg met VROM heeft de gemeente Maastricht besloten om bij de herontwikkeling van voormalige stortplaatsen aan te sluiten bij de Wet bodembescherming. Vervolgens is richting gegeven aan het omgaan met de restrisico's.
Sanering en nazorg
De wijze van aanpak en de daarbijbehorende kosten worden in het saneringsplan uitgewerkt. Tevens worden daarin de randvoorwaarden en kosten voor nazorg vastgesteld. In het nazorgplan wordt vastgelegd hoe de eindsituatie wordt gecontroleerd en in stand gehouden, en welke fallbackmaatregelen worden ingezet indien het systeem faalt. Daarmee ontstaat voor huidige en toekomstige eigenaren en gebruikers duidelijkheid over de verontreinigingssituatie, de eventuele risico's en de wijze hoe daarmee wordt omgegaan. Het bevoegd gezag Wbb bewaakt de kwaliteit van de sanering en beschikt op het saneringsplan, de evaluatie van de sanering en op het nazorgplan.
De bestuursrechtelijke risico's van de aanwezigheid van bodemverontreiniging worden in het nazorgplan afgedekt. Indien er zich een calamiteit voordoet waarvoor de middelen die voor nazorg zijn gereserveerd niet toereikend zijn, neemt het bevoegde gezag Wbb de kosten voor haar rekening. Het bevoegde gezag Wbb zal echter niet garant willen en kunnen staan voor de contractuele risico's (de zekerheid dat zetting, aardverschuiving of waardevermindering van huizen niet kan optreden). Deze garanties moeten dus door de marktpartijen (verkoper, verpachter of verhuurder) aan de bewoners worden gegeven. Afhankelijk van de soliditeit van de garanties die men kan of wil afgeven kan de grond met opstallen na herinrichting worden verkocht, in erfpacht worden uitgegeven of worden verhuurd.
