Project: Saneringsvisie voormalige chemische wasserij

Opdrachtgever:

Provincie Groningen

Periode:

Van 2006 tot 2008

Contactpersoon:

Gerben van der Sterren

Aiko Hensums


Wildervank

In 1928 vestigt zich een wasserij van de firma Voordenhout in Wildervank. Naast stoomreiniging wordt er textiel gewassen met onder meer wasbenzine, trichlooretheen (TRI) en perchlooretheen (PER). Tot eind jaren '70 is het afvalwater van de chemische wasserij geloosd op de sloot aan de westzijde van de locatie. Op basis van een indicatief onderzoek is in 1993 vastgesteld dat de locatie verontreinigd is met voornamelijk chloorhoudende koolwaterstoffen (CKW). De sloot wordt gezien als de voornaamste bron van CKW. De gemeente (Veendam) heeft plannen om het terrein van de voormalige chemische wasserij voor woningbouw in te richten en wil het perceel kopen. De provincie Groningen wil zo snel mogelijk starten met de sanering en heeft TTE gevraagd voor dit complexe geval een saneringsvisie op te stellen.

Saneringsvisie

foto1wildervankEr is sprake van saneringsurgentie vanwege actuele verspreidingsrisico's. Eind 2000 is al een deelsanering uitgevoerd en is een pilotsaneringssysteem geïnstalleerd. De pilotsanering functioneerde echter niet naar verwachting. TTE zoekt in de saneringsvisie naar een zo efficiënt mogelijke aanpak van de bodemverontreiniging. Juist uitgevoerd vormt deze visie een zeer solide basis voor een saneringsplan.

Verontreiniging en huidig systeem

Op het terrein worden zeer hoge concentraties PER en TRI aangetroffen in het ondiepe grondwater. De concentraties van meer dan 100.000 µg/l duiden op de aanwezigheid van puur product tot circa 11 m-mv, waar zich de Eemlaag bevindt. De pluim (S-contour), waarin voornamelijk afbraakproducten worden gevonden, strekt zich uit tot circa 250 meter stroomafwaarts van de bron. De Eemlaag is in dit gebied ondoorlatend voor puur product, maar niet geheel waterscheidend. In het diepere grondwater (<17 m-mv) worden daarom zowel in het brongebied als ter hoogte van de pluim afbraakproducten van PER en TRI gevonden.

Aanvullend onderzoek

foto3wildervankVanwege het ontbreken van een aantal essentiële gegevens heeft TTE een actualiserend onderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is de geohydrologische situatie bepaald. In de pluim blijkt een kleinere tweede bron aanwezig te zijn, circa 200 m stroomafwaarts nabij de daar aanwezige waterschapssloot. Gezien de ligging en samenstelling van deze verontreiniging lijkt deze geen oorzakelijk verband te hebben met de verontreinigingsbron onder de wasserij.
Met het onderzoek is tevens vastgesteld dat de pluim, die beide bronnen omvat, zich sinds 2001 niet verplaatst heeft. Dit is te verklaren door de optredende natuurlijke afbraak en de drainerende werking van een nabijgelegen waterschapssloot die de punt van de pluim doorsnijdt.

Conclusies

Het actualiserend onderzoek heeft veel inzicht opgeleverd in de geologische en geohydrologische situatie, en in de verspreiding en afbraak van de verontreiniging. Door gedegen onderzoek heeft TTE vastgesteld dat er, als gevolg van volledige afbraak, sprake is van een stabiele pluim. In de saneringsvisie is daarom natuurlijke afbraak als meest robuuste en kosteneffectieve saneringsmethode geselecteerd. Hierdoor kunnen dure en eeuwigdurende beheersmaatregelen achterwege blijven en kan worden volstaan met een monitoringsprogramma. In het saneringsplan heeft TTE deze aanpak verder uitgewerkt tot een meerjarig monitoringsplan, waarin de stabiele eindsituatie wordt aangetoond.