Project: Boriumverontreiniging

Opdrachtgever:

Provincie Overijssel

Periode:

Van 2005 tot -

Contactpersoon:

Arne Alphenaar


In Overijssel is een aantal malen boor (borium) aangetroffen op terreinen die verdacht zijn ten aanzien van bodemverontreiniging. Met boor bestaat weinig ervaring; er is slechts een ad hoc interventiewaarde van 7 mg/kg in grond en van 70 µg/l in grondwater. Deze interventiewaarden worden door de provincie in specifieke gevallen al toegepast. De adhoc waarden lijken echter aan de lage kant, zowel met betrekking tot van nature voorkomende waarden als met betrekking tot drinkwaternormen. In opdracht van de provincie Overijssel heeft TTE één en ander op een rijtje gezet.

Aanpak

foto1zwolleboriumEen inventarisatie van beschikbare gegevens over boor geeft aan dat deze vooral betrekking hebben op gebruik en toxicologie. Over achtergrondgehalten en gedrag zijn veel minder gegevens bekend. Daarom is voor deze laatste aspecten toevlucht genomen tot een meer theoretische benadering. Hierbij is, op basis van generieke kennis over factoren die van invloed zijn op natuurlijk voorkomen en gedrag, een eerste vaststelling van het achtergrondniveau en een eerste inschatting van het gedrag gegeven.

Achtergrond

foto2zwolleboriumBoor komt van nature in diverse gesteenten voor. In Nederland is het vooral aanwezig in de verweringsproducten van deze gesteenten, met name in klei. Rivierklei lijkt echter lagere gehalten te hebben dan zeeklei, mogelijk doordat ook zeewater relatief hoge concentraties aan boor bevat en dit boor nog grotendeels adsorptief aan de zeeklei gebonden is. In Nederland zijn dus van nature hoge achtergrondgehalten te verwachten in zeekleigebieden en, met betrekking tot grondwater, ook in gebieden die nog recent onder invloed van zeewater hebben gestaan. Opmerkelijk is dat de natuurlijke niveaus in sommige gevallen toxisch zijn voor planten, en vooral voor vissen. Boor moet in dergelijke gevallen niet als een ongewenste toxische component maar als een gewenste ecologische differentiatiefactor beschouwd worden. Een factor die het ontstaan van meer en minder boortolerante levensgemeenschappen mogelijk maakt.

Chemie

Boor kent verschillende chemische verschijningsvormen. Veruit de belangrijksten zijn de boraten en de perboraten. Beiden zijn verbindingen van boor met zuurstof waarbij het boor aanwezig is in een negatief geladen (an)ion. In vaste verbindingen wordt deze negatieve lading in het algemeen gecompenseerd door natriumionen of ionen van andere alkalimetalen. In opgeloste vorm kan de lading geheel of gedeeltelijk gecompenseerd zijn door protonen (H+) en ontstaat boorzuur. Boraten vinden toepassing in glas, glasvezels en email, perboraten vooral in wasmiddelen en boorzuur in looizuren, bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen.

Toxicologie

foto3zwolleboriumEr zijn geen aanwijzingen dat boor kankerverwekkend is. Uit dierstudies blijkt dat boor wel invloed heeft op de ontwikkeling van de mannelijke voortplantingsorganen van de foetus. De MTR is vastgesteld op 0,4 mg kg-1 dag-1. Vissen zijn relatief gevoelig, met name larven en andere ontwikkelingsstadia. Voor planten is boor een essentieel element. Een overmaat aan boor is echter ook niet goed. Sommige soorten hebben bepaalde gehalten al gebrek aan boor, terwijl andere soorten bij dezelfde gehalten vergiftigingsverschijnselen vertonen.
Voor de mens is de opname van boor via de consumptie van gewassen veruit het belangrijkste. Gehalten in deze gewassen die voor de mens schadelijk zijn, leiden echter tot gewasafwijkingen en groeibeperkingen waardoor de kans op een te grote opname door de mens ‘automatisch' wordt beperkt. Opname via andere toevoerwegen leidt pas bij onwaarschijnlijk hoge gehalten in grond of grondwater tot een risico.