Project: Oriëntatie op ondergrond en grondwater
Opdrachtgever: | |||
Periode: | Van 2007 tot - |
||
Contactpersoon: |
‘s-Hertogenbosch is gelegen in een beekdelta aan de Maas. Van oudsher is de stad hierdoor omgeven door nat (moerasachtig)gebied. Grondwateronttrekkingen en de lage waterkwaliteit in de aanvoerende beken bedreigen de natte natuur in de omgeving. Daarnaast is de gemeente op zoek naar extra bergingscapaciteit voor de Oost-Brabantse beken die richting Maas afstromen om wateroverlast te voorkomen.
Het toenemende gebruik in de ondergrond heeft recentelijk in diverse situaties tot knelpunten geleid. 's-Hertogenbosch heeft daarom TTE gevraagd een oriëntatie op ondergrond en grondwater op te stellen. De oriëntatie is gebruikt bij de herijking van het Stedelijk Waterplan.
Gebiedsgerichte aanpak
Tegenwoordig is het contrast tussen ‘rood' (stedelijk gebied) en ‘groen' (open landschap) een van de unieke kenmerken van 's-Hertogenbosch: de historische binnenstad grenst pal aan een natte natuurparel (Bossche broek). Het is het streven om dit contrast tussen rood en groen te behouden en te versterken. Er wordt daarom vooral in het stedelijk gebied gebouwd. Hierdoor neemt (ook) de druk op de, deels verontreinigde, ondergrond toe. Meer ondergronds bouwen en meer hoogbouw (kantoren) maakt bijvoorbeeld opslag van warmte en koude interessanter. Uiteraard levert dit toenemend gebruik van de ondergrond knelpunten op. Ook in Den Bosch zijn er gevallen waarbij de situering van Warmte en Koude opslag (WKO) moest worden aangepast vanwege de nabijheid van verontreinigd grondwater.
Oriëntatie op de ondergrond
In 2007 is door TTE een oriëntatie op de ondergrond en grondwater uitgevoerd. Doel is het verkrijgen van inzicht in de huidige en toekomstige kansen en knelpunten in de ondergrond zelf, of aan maaiveld met een relatie tot de ondergrond. Dit is van belang om, zonodig, tijdig bij te kunnen sturen en (in overleg en samenwerking met andere ondergrondse actoren) op een efficiënte wijze ondergrondse aspecten aan te pakken.
De oriëntatie heeft inzicht verschaft in de situatie in de ondergrond. De verschillende belangen en de onderlinge verbanden tussen grondwateronttrekkingen, WKO en grondwaterverontreinigingen zijn in beeld gebracht. Daarnaast is de relatie tussen ondergrond en het (beoogd) gebruik aan maaiveld beschreven.
Resultaten
Uit de oriëntatie zijn verschillende conclusies te trekken. De te verwachten grondwaterstijging bij sluiting van waterwinningen binnen de gemeente levert naar waarschijnlijk geen grootschalige problemen aan maaiveld op. Dit komt doordat in 's-Hertogenbosch bij nieuwbouw altijd al opgehoogd is, en wordt.
Verder blijkt de ondergrond binnen de gemeentegrenzen zeer geschikt te zijn voor WKO. Een uitzondering hierop is een zone rondom een grote waterwinning. De grondwaterstromingssnelheden zijn hier zo hoog dat WKO in deze zone weinig efficiënt is. Aan de hand van twee scenario's zijn de ontwikkelingen van het gebruik van de ondergrond voor WKO doorgerekend. Collectieve systemen kunnen uitkomst bieden in de enkele gevallen waarbij kans op interferentie tussen losse systemen bestaat. Rekeninghoudend met de aanwezigheid van (potentieel) verontreinigd water neemt de ruimte voor toepassing van WKO af. Aan de andere kant liggen er ook kansen: in bepaalde gebieden is de benodigde pompcapaciteit voor WKO groter dan het verwachte verontreinigd volume en zijn er juist mogelijkheden voor combinatie van grondwatersanering en toepassing van WKO.
Lange termijnvisie
De ondergrondse thema's en hun onderlinge samenhang zijn in beeld gebracht. Hierdoor biedt de oriëntatie een basis voor verdere prioritering van aan te pakken onderwerpen. Tevens biedt het een basis voor communicatie met de belanghebbenden over een eventuele verdere optimalisatie van de situatie. In plaats van de huidige ad hoc kortetermijnaanpak van knelpunten groeit ‘s-Hertogenbosch toe naar een structurele aanpak, op basis van een langetermijnvisie op de ondergrond, waarin `gebiedsgericht` centraal staat.
