Project: Second opinion boriumverontreiniging

Opdrachtgever:

Bergenco Productie BV

Periode:

Van 2009 tot -

Contactpersoon:

Arne Alphenaar


Bergenco B.V. is een houtverduurzamingsbedrijf gevestigd in Zwolle. In het verleden is veel gewerkt met boorhoudende verduurzamingsmiddelen. Hierdoor is een grondwaterverontreiniging ontstaan. In de periode 2001-2006 is een grondwatersanering uitgevoerd waarbij de saneringsdoelstelling niet kon worden behaald. Lokaal zijn op het terrein nog steeds hoge concentraties boor aanwezig. De concentraties in het onttrekkingswater dalen tijdens het onttrekken weliswaar tot rond het niveau van de terugsaneerwaarde maar stijgen weer na stopzetten van de onttrekking. De grondwatersanering is in 2006 stopgezet. Er ontstond daarmee een impasse tussen een nog voortdurende saneringsverplichting enerzijds en een ondoelmatige voortzetting van de saneringsinspanning anderzijds. Berganco B.V. heeft TTE daarom om een second opinion gevraagd.

Terugsaneerwaarde

foto1De hoogte van terugsaneerwaarde wordt bepaald door de mogelijke effecten van boor op sommige organismen in ecosystemen en ligt in een bereik waarin zich ook natuurlijke concentraties kunnen bevinden. Bij de uitgevoerde grondwatersanering is deze waarde gelijk gesteld aan de ad hoc-interventiewaarde zoals die eerder door het RIVM was opgesteld. Op basis van een, in 2005 door TTE voor de Provincie Overijssel geschreven, rapport over voorkomen, gedrag en risico's van boor is aan het bevoegd gezag (Gemeente Zwolle) het voorstel gedaan om, gezien het industriële gebruik van zowel het terrein als de omgeving, een hogere terugsaneerwaarde als saneringsdoelstelling op te nemen. Het bevoegd gezag heeft hiermee ingestemd waarmee de problematiek voor Bergenco B.V. tot een beter hanteerbare proportie is teruggebracht. 

Verspreidingsgedrag

De, nu vastgestelde, hogere terugsaneerwaarde leidt er toe dat de concentraties in het onttrekkingswater ruim voldoen aan de saneringsdoelstelling. Lokaal zijn op het terrein echter nog steeds hoge concentraties boor aanwezig. Deze blijvende aanwezigheid wordt verklaard uit een beduidend grotere sorptie van boor aan de vaste bodem dan in het eerdere saneringsplan werd verondersteld. De sorptie van boor is duidelijke pH-afhankelijk. Onder de omstandigheden zoals die zich op het Bergenco-terrein voordoen, treedt een sterke binding van boor aan de vaste bodem op. De nog steeds voortdurende aanwezigheid van boor op het terrein met lokaal soms hoge concentraties, én het zaagtandpatroon van concentraties in het onttrekkingswater tijdens de sanering, zijn daarmee verklaard. 

Advies

Het grote naleverende vermogen van de verontreinigde bodem betekent dat sanering door pump-and-treat ondoelmatig is. Voortzetting daarvan is zinloos. Anderzijds is ontgraven van de verontreinigde grond ook niet doelmatig omdat de aanwezigheid van boor nauwelijks aaneengesloten, maar wel over het gehele terrein, voorkomt. Dit ruimtelijke patroon maakt uitkarteren onmogelijk, een grondsanering zou het gehele terrein moeten omvatten. Financieel onhaalbaar, bedrijfstechnisch onmogelijk en milieuhygiënisch onwenselijk omdat de ontgraven partij, vanwege de onvermijdelijke menging, uiteindelijk niet of nauwelijks verhoogde gehalten zal blijken te bevatten. Naast het hanteren van een hogere terugsaneerwaarde is geadviseerd het bevoegd gezag voor te stellen om de sanering af te ronden met een monitoringprogramma. Ook dit voorstel heeft gehoor gevonden en momenteel wordt aan het opstellen van dit monitoringprogramma en tegelijkertijd daarmee, aan de eindevaluatie van de grondwatersanering gewerkt.