Project: Spoorzone Tilburg
Opdrachtgever: | |||
Periode: | Van 2008 tot 2008 |
||
Contactpersoon: |
Tilburg
In veel gemeenten wordt gewerkt aan een herinrichting van ‘de Spoorzone', en bijna altijd staat een duurzame ontwikkeling daarbij hoog op het verlanglijstje. Maar wat is duurzaamheid, en hoe geven we die vorm? Hoe kunnen we vaststellen dat duurzaamheid werkelijk loont, en onder welke voorwaarden kan die dan worden gerealiseerd? En niet in de laatste plaats, welke invullingen passen bij een spoorzone? Geen vragen die eenvoudig kunnen worden beantwoord. In opdracht van de gemeente Tilburg is daarom door TTE, in samenwerking met BuildDesk, een verkenning van een duurzame inrichting van de Spoorzone in Tilburg uitgevoerd. Deze verkenning kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten.
Gisteren, vandaag en morgen
Het begrip ‘duurzaam' wordt zo vaak en zo verschillend gebruikt dat definiëren noodzakelijk is geworden. In de verkenning definiëren we ‘duurzaam' als de langdurige balans tussen people (sociaal), planet (milieu) en profit (financieel / economisch). Daarbij is het van belang te realiseren dat duurzaam ‘gisteren' iets anders betekende dan ‘morgen'. De huidige woningvoorraad in de gemeente Tilburg bestaat uit circa 87.000 woningen. Omdat deze woningen ‘gisteren' zijn gebouwd, kan de duurzaamheid van ‘vandaag' en ‘morgen' hier niet meer worden toegepast. Uitzondering hierop vormen de gebieden waar grootschalige herstructurering plaatsvindt, en de geplande nieuwbouwprojecten (circa 13.000 woningen tot 2020). Voorgaande betekent dat in 2020 nog steeds circa 80% van de woningen volgens ‘gisteren' gebouwd is. De beoogde duurzaamheidsambities zullen dus met 20% van de woningen behaald moeten worden, waarvan meer dan 10% in de Spoorzone ligt. In de verkenning laten we zien dat inrichting volgens de ideeën van ‘morgen' tot een betere situatie voor people, planet en profit leidt dan ‘gisteren'. Binnen de ‘planet'-thema's is vooral de integrale benadering van het energievraagstuk belangrijk.
Integrale benadering
Sectoraal ingevuld lijkt een warmtekrachtkoppeling met biomassa optimaal. Als meer integraal naar de problematiek wordt gekeken blijken vooral systemen die een relatie hebben met hun omgeving (combinaties van warmte- en koudeopslag (WKO), warmtewinning uit waterhuishouding, bodemsanering, alternatieve energie, etc) doeltreffend om de balans tussen "planet", "people" en "profit" te realiseren. Kostenbesparing door het gebruik van alternatieve energiebronnen betekent voor bewoners en gebruikers een toename van de koopkracht. Vaak gaan echter de kosten vooraf aan de baten. Elektriciteit uit zonne-energie is nu nog duur. Naast kosten is er niet voldoende oppervlak aanwezig om zonnepanelen te bergen en moet een deel dus buiten de ontwikkeling worden geplaatst of moet energie worden ingekocht. Dit gaat ten koste van de koopkracht. Een windmolenpark, waarvan het eigendom gekoppeld is aan de gebruikers (eigenlijk aan het ontwikkelde vastgoed of een vereniging van eigenaren) lijkt een zeer interessante optie, omdat dit sneller dan zonnepanelen geld oplevert. Ook kan energie worden bespaard via WKO. WKO in de bodem staat, samen met water, centraal bij de inrichting van de Spoorzone in Tilburg. Het WKO-systeem is zodanig gedimensioneerd dat ook grondwater buiten het stationsgebied wordt gesaneerd.
Duurzaamheidsverkenning
De duurzaamheidsverkenning schetst de kansen voor de Spoorzone en beschrijft hoe deze kansen daadwerkelijk kunnen worden geïmplementeerd. Met het blikveld ‘morgen' is aangetoond dat er een oplossing mogelijk is die loont voor de toekomstige gebruikers. Om morgen een duurzame oplossing te realiseren is vandaag al een organisatie nodig die invulling gaat geven aan de technische, financiële en procedurele aspecten. Een dergelijke organisatie zou een Duurzaam Diensten Bedrijf (DDB) kunnen zijn. Een onderneming die de belangen van de toekomstige gebruikers behartigd.
