Project: Wegenzout: verkeersveiligheid versus milieubelang

Opdrachtgever:

CROW

Periode:

Van 2009 tot -

Contactpersoon:

Arne Alphenaar


Om in de winter gladde wegen te voorkomen wordt, vaak preventief, gestrooid met wegenzout. Het gebruik van dit wegenzout is schadelijk voor het milieu maar wordt algemeen geaccepteerd omdat de verkeersveiligheid in dit geval prevaleert. Bovendien is de manier van strooien in de afgelopen decennia zodanig ingericht dat schade aan het milieu zo beperkt mogelijk wordt gehouden. De effecten van strooizout worden hoofdzakelijk veroorzaakt door het zout zelf en normering was tot nog toe vooral gericht op de ‘zoutcomponent'. Wegenzout kan echter ook andere componenten bevatten, waaronder een aantal zware metalen. Voor deze gehalten bestonden vooralsnog geen normen. CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer, heeft TTE gevraagd haar te helpen een voorstel voor maximaal toelaatbare gehalten aan zware metalen (en barium en arseen) in wegenzout op te stellen. 

Uitgangspunten

Voorafgaand aan de uitwerking zijn drie uitgangspunten opgesteld:
1 risico's moeten beneden het maximaal toelaatbare niveau liggen,
2 onder voorbehoud van punt 1, moeten bestaande productietechnieken mogelijk blijven,
3 de normen moeten geen ruimte bieden voor ongewenste opvulling met afvalzouten. 

Rekenwerk

wegenzoutfoto1TTE heeft berekend welke gehalten aan zware metalen in wegenzout zouden mogen zitten om, bij de gangbare wijze van strooien de Maximaal Toelaatbare Toevoeging (MTT) c.q. de Verwaarloosbare Toevoeging (VT) niet te overschrijden. De waarden zijn zowel voor een representatieve autosnelweg en een representatieve provinciale weg berekend. De MTT- en VT-waarden zijn door het RIVM vastgelegde waarden die overeenkomen met Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) en Verwaarloosbaar Risico (VR). 

Toetsing

De berekende waarden zijn vergeleken met de gehalten aan zware metalen in gangbaar strooizout. Deze gehalten liggen veel lager dan de berekende MTT-waarden. Zonder ingrijpende wijzigingen, in hetzij de gangbare dosering en strooiwijze, hetzij de huidige productiewijze van strooizout, wordt dus ten minste voldaan aan de eis dat geen onaanvaardbare risico's mogen optreden (uitgangspunt 1). 

Afwegingen

wegenzoutfoto2Omdat de berekende MTT-waarden veel hoger liggen dan de huidige gehalten in strooizout, zou normstelling op basis van deze MTT-waarden ook de mogelijkheid scheppen om afvalzouten aan wegenzout toe te voegen zonder de normen voor zware metalen te overschrijden. Dat is uiteraard ongewenst (uitgangspunt 3).
De huidige gehalten in strooizout liggen voor een aantal componenten rondom of net boven het VT-niveau. Gebruik van de VT-waarden als basis voor normstellling betekent dat de huidige productiewijzen voor strooizout niet meer zouden kunnen toegepast. Ook dat is ongewenst (uitgangspunt 2).
Op basis van aangeleverde informatie door wegenzoutproducenten is door TTE per component vastgesteld in hoeverre verhoging boven de VT-waarde bij de huidige productiewijze mogelijk is. Deze mogelijke verhoging is in het voorstel voor de normstelling verdisconteerd. 

Resultaat

CROW heeft het voorstel inmiddels ter visie gelegd waarbij de betreffende commissie het voorstel voor 95% heeft overgenomen. De afgeleide en onderbouwde getalswaarden zullen op korte termijn in de normering worden opgenomen.