Ingenieursdag Bodem Noord-Nederland
30 mei 2008 - De ingenieursdag Noord-Nederland (20 mei) is een initiatief van de drie noordelijke provincies en de gemeenten Emmen, Groningen en Leeuwarden. Dagvoorzitter en medeorganisator was Koen Weytingh van TTE. Ongeveer 150 ingenieurs discussieerden met elkaar onder meer over kwaliteitsborging, bodemenergie en gebiedsgerichte aanpak en praktijkprojecten. Afgaand op de positieve reacties moet de organisatie volgend jaar op een nog grotere toeloop rekenen.
Gastheer was dit jaar de gemeente Leeuwarden. De heer Harmen de Haas, dienstdirecteur Stadsontwikkeling en- beheer van de gemeente heette de ingenieurs welkom in De Koperen Tuin te Leeuwarden (TTE, 30 mei).
Kwaliteitsborging
De ochtendsessie stond in het teken van kwaliteitsborging van bodemonderzoek. Achtereenvolgens kwamen daarin naar voren de mening van het bevoegd gezag, de adviesbureaus, een groot-saneerder en ten slotte de VROM-inspectie. Ondersteund door 15 enquêteformulieren schetste Berend Tirion (Provinsje Fryslân) een weinig vleiend beeld van de adviseur. Onvolledig ingevulde beschikkingen, veel schrijffouten en veel te veel werk overlaten aan het bevoegd gezag. Maurice Henssen (Bioclear) kon in zijn weerwoord terugvallen op slechts vier ingevulde enquêteformulieren. Mogelijk waren de adviseurs te druk met het invullen van de administratieve rompslomp van beschikkingen. Een peiling in de zaal gaf aan dat de adviseurs zelf erg tevreden waren over de kwaliteit van hun eigen werk. Mart Jansen (SBNS) gaf een kijkje in de inkoopstrategie van een grootsaneerder. Niet alleen prijs, maar ook certificering zijn belangrijk. Als ‘toetser der toetsers' besloot Liesbeth Groote Schaarsberg (VROM-inspectie Noord-Nederland) de ochtendsessie met een overzicht van de controle op naleving van de protocollen.
De discussies met de zaal gaan vooral over nut en noodzaak van certificering en de bijbehorende protocollen. Het doel om hiermee ‘de rotte appels uit de markt te halen' is dan wel bereikt, maar in de praktijk blijkt dat de protocollen ook erg beknellend kunnen werken, niet tot kwaliteitsverbetering leiden en vooral heel veel geld kosten. Een oproep om een eind te maken aan verdergaande protocollisering van de bodemwerkzaamheden werd breed ondersteund door de aanwezigen.
Van beschermen naar gebruiken
De middagsessie geeft een beeld van het verschuivende werkveld van de bodemingenieurs. Van het beschermen van de bodem naar het benutten van de positieve effecten van menselijk gebruik. Krijn Braber van Build Desk gaf aan welke rol de bodem kan spelen als opslagsysteem van energie (koude-warmte opslag) en welke reductie van CO2-emissie / energiebesparing haalbaar is. Bas Godschalk (IF Technology) gaf vervolgens een overzicht van de technische mogelijkheden van KWO-systemen, waarna Elbert Dijkgraaf (Erasmus Universiteit Rotterdam) de economische kant behandeld. De winst per huishouden, de terugverdientijd, de verminderde saneringskosten en de waardevermeerdering van onroerend goed. Jacco Wanders (TTE) ten slotte gaf aan welke criteria bepalen of de bodem geschikt is voor KWO, waar deze gebieden in Noord-Nederland liggen, en waar dit bovendien zou kunnen samengaan met bodemsanering.
De praktijk
De dag werd besloten met presentaties van vijf lopende projecten waarin sanering met energie of waterberging word gecombineerd. Wim Bijsterbosch (Gemeente Emmen) presenteerde het ontwerp voor het nieuwe KWO-systeem voor het gemeentehuis in Emmen, Fokke Jansma (DHV) ging in op de jongste ontwikkelingen rond het project Evenblij in Hoogeveen, Gerard ten Have (Oranjewoud) toonde de aanpak van het voormalige gasfabrieksterrein in Oude Pekela en Tobias Praamstra (Tauw) liet zien hoe CO2 als maat kan worden gebruikt om het overall effect van bodemsanering te kwantificeren.
In de laatste presentatie toont Jan Willem Oudhof (Gemeente Leeuwarden) de overeenkomsten tussen archeologisch en milieukundig bodemonderzoek. Zijn conclusie: archeologisch bodemonderzoek is intensiever, nauwkeuriger, gaat tot grotere diepte en schetst beter de algemene processen!
Borrel
Afgaand op de positieve reacties tijdens de afsluitende borrel zal de organisatie volgend jaar op een nog grotere toeloop van bodemingenieurs moeten rekenen.
